Dat wordt al dan niet de titel van mijn zesde boek. Dat Boek Over Suriname, weet u wel? In juli en augustus heb ik me twee maanden teruggetrokken op het Italiaanse platteland om er aan te werken en dat werkte: we zijn verder. Maar we zijn er nog niet. Het duurt nog wel even voor alles af is en in de winkels ligt. Want de mooiste dingen vragen om tijd. Waarschijnlijk verschijnt het ergens in november 2017.
Voor nu, een foto door Gianluca van wat je zag als je in ons Italiaanse huis naar buiten keek:
italy
En om te lezen in de tussentijd: het mooiste boek over Suriname, de motor achter mijn boek:
adekom
Jack Wouterse was op vakantie. Ik nam de zaken waar en presenteerde twee afleveringen van Moois. Waaronder deze,  over het Geen Daden Maar Woorden Festival en het Arab Camera Festival (van 29 september tot 2 oktober in Rotterdam).

Nu ben ik nog even op vakantie, maar in september ben ik…

 

– op 21 september om 8.30 aan het voorlezen in de bibliotheek van Dordrecht

– op 22 september tussen 13.00 uur en 16.30 aan het voorlezen in de bibliotheek van Dordrecht

– op 24 september aan het voorlezen (het gaat maar door!) om 16.00-16.10 en 17.00-17.10 op het Djemaa el Fna festival in Rotterdam (http://www.facebook.com/events/531168283749864/)

– op 30 september aan het optreden op de Jonge Schrijversavond 2016 (de laatste!!) (http://stadsschouwburgamsterdam.nl/voorstellingen/10934-jonge-schrijversavond)

De nieuwe L’HOMO ligt in de schappen! Jan Versteegh en Tim Hoffman betasten elkaar. En ik ben het snoepje van de maand.

SAM_2472Het interview deed ik door de telefoon, de muggen van me afslaand, tussen de jungleplanten, in Suriname. De fotoshoot was in Amsterdam. Na elke klik riep de fotografe Carmen Kemmink: Super! Fantastisch! Geil! Ergens halverwege ging ik er in geloven en zie hier, het resultaat. Ik dacht dat ik als leuke man heel boos zou moeten kijken, maar ik mocht gewoon lachen. Ik heb me nog wekenlang een leuke man gevoeld en aan het einde van de dag kreeg ik een doosje mee naar huis, met chocolade en een kaartje van De Linda met ‘bedankt’.

SAM_2473

Vorige week was het lanceringsfeest, met tv-stylisten, bijna naakte jongens in hele strakke broekjes. En Linda de Mol, nu in levende lijve. Ik heb een selfie gemaakt, van Linda en mij, om dat te bewijzen,maar die is zo stom dat ik die aan niemand durf te laten zien, ook niet op deze site. Ze was heel leuk, heel aardig en heel hartelijk, precies zoals op tv. Waar ik zo zenuwachtig van werd dat ik niets meer wist te zeggen behalve ‘mag ik een foto’ dus daar bleef het bij.
Mijn date voor de avond was Pauline Bijster, een van mijn beste vrienden (en voor de lezers van mijn boeken, de Pauline uit It’s Amaaazing!, de Pauline met wie ik tien jaar geleden in New York was toen ik daar Gianluca en Ethan ontmoette – toen hadden we een week samen doorgebracht met ons vieren, elke avond en nacht pratend tot het licht werd – we waren op een trip, zonder drugs, goed, met alcohol, maar vooral met de liefde de liefde de liefde, we waren verliefd op het leven, New York en elkaar). Deze avond stonden we voornamelijk  samen in een hoekje, met gratis wijn. En we vonden het allebei fantastisch.
Pauline is tegenwoordig columniste voor het AD.  Dit schreef ze over de avond, in haar column de volgende dag:

Praat liever

De locatie was een soort chique tent aan een chic meer met bijna naakte, knappe jongemannen die hapjes en drankjes rondbrachten. Ik was aanwezig bij de uitreiking van de nieuwe L’Homo (het homotijdschrift van Linda de Mol dat eens per jaar uitkomt), waarvoor BNN’ers Jan Versteegh en Tim Hofman (beiden hetero) bloot in zee staan, terwijl Jan Tims bil vasthoudt en zijn andere arm weggephotoshopt is. 

Waarom zetten ze weer twee hetero’s op de cover, verzuchtten sommige aanwezigen. Ze zijn wel knap, zeiden anderen. Voor het goede doel, zal Linda gedacht hebben: misschien zijn er ergens in Nederland een paar 16-jarige homofoobjes, die Jan en Tim van Spuiten en Slikken cool vinden, na deze foto ietsjepietsje minder homofoob.

Er was goed nieuws, zegt Linda de Mol in haar speech: meer homo-acceptatie dan ooit tevoren. Meer goed nieuws: homohuwelijken houden langer stand dan heterohuwelijken, volgens het CBS. Er was ook slecht nieuws: Omar Mateen schoot uit haat 49 mensen dood in een homoclub in Orlando. De aanwezigen vallen even stil. Volgend jaar wil ze iemand van de koninklijke familie op de cover, zegt ze ook. Op de cover van het Britse homoblad Attitude staat deze maand namelijk Prins William. 

In het tijdschrift staan zes portretten van homoseksuele vluchtelingen uit Syrië en Irak, die behalve voor oorlog ook zijn gevlucht voor homohaat in hun land, en hier in Nederland via LHBT-stichtingen een veilig adres hebben gevonden, of een rottijd in een AZC hebben meegemaakt. ‘De leuke man’ Raoul de Jong op pagina 39 is een vriend van mij en de reden dat ik hier ben. 

Na Orlando schreef hij op Facebook dat hij geen zin had om nu mensen te gaan haten of om bang te worden. Dat nare dingen gebeuren op voorpagina’s van kranten, maar dat in het echte leven de meeste mensen aardig zijn, het universum best goed en de wereld toch nog steeds een wonder. Hier in het zonnetje, bij het chique meer onder de chique tent, zegt hij het weer: ‘We kunnen beter praten met elkaar, niet schreeuwen.’ Het is een cliché, en tegelijkertijd misschien wel de enige oplossing. Voor alles.

JUNI 2016:

- Sta ik als ‘leuke man’ in de l’homo! (27 juni 2016)

JULI 2016:

- Tentoonstelling Utopian Dreams in TENT Rotterdam (2 juli 2016)
Ik leid bezoekers rond door de tentoonstelling over Rotterdamse utopieën, maar stiekem doen we vooral een experiment: zelf een eigen ideale wereld bedenken. Misschien wordt het heel leuk, misschien wordt het een ramp. Gelukkig duurt het maar een uur.
- Divercity Festival Den Haag (3 juli 2016)

Ik presenteer om 13.15 op het literaire podium van het Divercity festival in Den Haag.
- Sta ik als ‘man van de maand’ in Elle Magazine (15 juli 2016)
- Tentoonstelling ‘De keuze van’ in Rotterdamse kunstuitleen (vanaf 15 juli 2016)

Kleine kosmische samenloop van omstandigheden: 1. sinds een paar jaar heb ik een uitgeknipt portretje van een van mijn favoriete schrijvers James Baldwin door Marlene Dumas boven mijn bureau hangen. 2. toen ik voor een tentoonstelling in de nieuwe hoofdlocatie van de Kunstuitleen Rotterdam een selectie mocht maken uit hun collectie, koos ik bijna voor een best lelijk schilderij, omdat er mooie mensen opstonden die leken op mijn vader. Waarop mijn begeleidster verdween en zomaar ineens met Nelson Mandela en Billie Holiday tevoorschijn kwam. Uit de Supergeheime Superdeluxe Collectie Supreme. Door Marlene Dumas. Met de groeten van James, zegmaar.
SAM_2357
Momenteel hangen ze te pronken onder een heel groot bord met mijn naam, op de nieuwe locatie van de kunstuitleen op de Goudsesingel. En daarna zijn ze te huur. Leuke mooie lieve Tim den Besten koos ook werk. Net als zangeres Minque.

Het is inmiddels vier jaar geleden dat ik de voordeur van mijn huis in Rotterdam achter me dichttrok om naar mijn moeder in Marseille te lopen. In een opwelling, zonder voorbereiding, als padvinder in de Geheime Orde van Puck, mijn overleden hond. Het voelde toen alsof ik begon aan de grootste vergissing van mijn leven, maar vier jaar later weet ik dat het een van de meest verstandige dingen is die ik ooit heb gedaan.
Ik ben nog steeds verbaasd door de mooie dingen die door die reis op mijn pad zijn gekomen. Tijdens mijn reis en daarna. Want mijn reis werd een boek en bijna maandelijks krijg ik prachtige mailtjes van mensen die mijn boek hebben gelezen. Mailtjes waardoor ik zelf weer wordt herinnerd aan wat ik in dat boek vertel (of eigenlijk: wat alle mensen die ik onderweg tegen kwam mij vertelden).
Een aantal lezers van het boek zijn door het boek hun eigen pelgrimstocht gaan fietsen of lopen. En een aantal van hen heb ik ontmoet voor ze vertrokken, zodat ik hen een eigen Geheime Orde van Puck patch kon geven.
En zo is Puckje, aan wie ik tijdens zijn begrafenis beloofde dat ik zou reizen uit zijn naam, nooit meer met reizen gestopt.

Een van de lezers die me mailde was Ron Krommené. Een 27 jarige jongen uit Cappele aan den Ijssel. Ik ontmoette hem in oktober, de dag voordat hij de deur van het huis waarin hij werd geboren achter zich zou trekken om naar Barcelona te lopen.
In de huiskamer keken we naar zijn wandelschoenen en zijn rugzak: drie keer zo groot als de rugzak waarmee ik naar Marseille liep. Hij had wél getraind, een beetje. En tot Antwerpen had hij slaapplaatsen. Over de Pyreneeën wilde hij nog niet denken. Over de rest eigenlijk ook niet.
Ron tilde zijn rugzak op zijn rug. Ik spelde hem zijn Geheime Orde van Puck badge op zijn borst. De zon begon te schijnen en Ron lachte: ‘Ik kan niet wachten tot het morgen is.’
Inmiddels zijn we zeven maanden verder en gister zette hij dit op Facebook:

PuckRon

‘This guy made it all the way with me to Porto.’

Hij gaat voorlopig geloof ik nog niet stoppen. Lees hier zijn avonturen! ronopreis.com.

Goed, waar te beginnen? Misschien bij Yvonne, de lieve jongedame die mijn website onderhoudt. CONTENT moest er op die website, zei ze. Niet alleen plaatjes van mij in blaadjes enzo. Dus laat ik iets vertellen over wat ik nu lees. The Langston Hughes Reader, met the selected writings van Langston Hughes, een van mijn nieuwe helden.
Zijn boek werd afgeleverd bij een Albert Heijn bij mij in de buurt. Het pakje was per ongeluk al opengemaakt door een klant voor mij. Dus kreeg ik het mee met een gratis bosje bloemen. Witte rozen, van Langston.
 LangstonHughes
Het kwam allemaal zo:
Zoals u misschien wel weet (of niet) ben ik nu bezig aan een boek over mijn Surinaamse roots. Tot ik begon aan dit project wist ik net zo veel over Suriname als de gemiddelde Nederlander, weinig en dan vooral wat niet leuk, is: Desi Bouterse, de decembermoorden, de slavernij. Aangezien ik zelf een halve Surinamer ben, wilde ik ik niet weten wat er niet leuk is aan Suriname, ik wilde weten wat er wél leuk is. Uit welk universum ik als halve Surinamer mag putten. En wat mijn Nederlandse kant van mijn Surinaamse kant zou kunnen leren.
Mijn vader vertelde dat een van mijn Surinaamse voorvaderen een medicijnman was die zichzelf kon veranderen in een tigri. Met krachten van de duivel, zei hij, want die overgrootvader was volgens hem iets dat ik moest vrezen. Maar in Suriname begreep ik: de tigri is juist een mooi symbool voor wat ik zocht.
De tigri is de jaguar. De jaguar is de koning van de jungle. De jungle is de wildernis. En de wildernis was de grootste vijand van de Nederlanders in Suriname (en misschien sowieso van Nederland in het algemeen).
De tigri zegt iets over de kracht van de verliezer, de mensen die de slavernij hebben overleefd. Iets dat ze niet tot slachtoffers maakt, maar tot helden. De Nederlander zegt bijvoorbeeld: Surinamers komen altijd te laat. De tigri zegt: alles wat je nú om je heen ziet en ervaart is magisch is goddelijk. De Nederland zegt: het leven is om te werken. De tigri zegt: het leven is om te leven, dutjes zijn ook belangrijk. De Nederlander zegt: de wereld bestaat uit winnaars en verliezers, zorg dat je wint. De tigri zegt: is winnen werkelijk winnen als het op deze manier gebeurt?
Het is niet voor niets dat we de stem van de tigri  zo weinig horen. De geschiedenis wordt geschreven door de winnaars, niet waar? De tigri heeft wel degelijk gesproken, óók in Suriname. Begrijp je, als je zoekt. En dat is het mooie, uiteindelijk overstijgt de tigri zwart en wit, Nederland en Suriname.
En zo kwam ik (onder andere!) bij Langston Hughes, een van de eerste bekende zwarte Amerikaanse schrijvers. Een rode neger, zoals Surinamers hem zouden omschrijven, half zwart, half wit, net als ik. Hij schreef tegelijk met Hemingway en Salinger en Fitzgerald en al die anderen die we wél op school hebben gelezen. En hij is minstens even goed.
Zijn bekendste gedicht schreef hij op zijn negentiende, in de trein, op weg naar zijn vader, The Negro Speaks of Rivers:
 
Ive known rivers: 

I’ve known rivers ancient as the world and older than the flow of human blood in human veins. 

My soul has grown deep like the rivers. 

I bathed in the Euphrates when dawns were young. 
I built my hut near the Congo and it lulled me to sleep. 
I looked upon the Nile and raised the pyramids above it. 
I heard the singing of the Mississippi when Abe Lincoln went down to New Orleans, and I’ve seen its muddy bosom turn all golden in the sunset. 

I’ve known rivers: 
Ancient, dusky rivers. 

My soul has grown deep like the rivers
 reader

Nog een laatste wondertje dan. Ik zat  in de trein toen ik dit gedicht las en ik zat in de trein omdat ik in Parijs een expositie ging bezoeken over medicijnmannen in Zuid-Amerika. In die expositie toonden ze een beeldje van een sjamaan die zichzelf veranderde in een jaguar. En in de zaal ernaast was een expositie over de eerste editie van le Festival Mondial des Arts Négres, in 1966 in Dakar.

Het eerste wat ik zag was een filmpje van een man die over het strand loopt, terwijl de voice-over een gedicht voorleest. De man was Langston Hughes. En het gedicht was The Negro Speaks of Rivers.

Dat fragment heb ik niet op youtube kunnen vinden. Wel het stukje dat meteen daarna komt. Je ziet Langston nog even (met brilletje), samen met Duke Ellington, gebogen over een lichtbak.

‘What is my name?’ vraagt de voiceover. En wij weten het antwoord!

 

Altijd lastig en stom, rip-dingen op Facebook of websites. Maar hier staat hij, na een wandelingetje dat we samen maakten door een grijs en deprimerend Den Haag. En ja natuurlijk wilde hij, grote boekenman, nog wel even op de foto in mijn Orde van Puck. Saluerend en alles. Hij zei me dat ik minder bescheiden over mijn boek mocht praten, zorgde dat het genomineerd werd voor een prijs en de volgende keer dat we elkaar zagen, in een ruimte vol leuke, belangrijke mensen, kwam hij naast me zitten en vroeg me of dat mocht. We kenden elkaar niet goed, maar hij gaf me altijd het gevoel dat ik meetelde, dat ik goed was zoals ik was. Hij had het ook niet kunnen doen, maar hij deed het wel. Nou ja, dat dus. Ik ben dat niet vergeten. Dankjewel daarvoor en goede reis vriend.wim