Omdat er niets was zonder de mama’s.

Gister, een uur na onze Skype-afspraak, skypte mijn moeder. „Als je Skype probeert te openen via Safari werkt dat niet!” riep ze. Ik zuchtte dat ik vorige week al uitlegde dat je Skype opent via Skype en dat ik inmiddels een film zat te kijken. Zij klaagde dat het nooit uitkwam als zij belde en of ik dat stomme Facebook even kon wegklikken, want in de reflectie van mijn bril meende ze mijn tijdlijn te zien. „Dat is geen Facebook”, bromde ik, „maar een Word-bestand over wat ik leerde van mijn moeder, voor de krant”. Dat vond ze interessant. „Verkeerd met geld omgaan”, dacht ze hardop, „kleren kopen en niet schoonmaken”. Ik, nu definitief in pubermodus, bromde dat er ook leuke dingen waren die ik van haar leerde en dat ik, nee, geen zin had om die op te noemen. Dat ik het stukje wel zou sturen als het af was. „Graag van tevoren”, zei ze, „misschien vergeet je iets”.IMG_1550

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/21/je-liet-me-mijn-eigen-regels-bedenken-13102841-a1574174

Deze week reizen 25 auteurs, waaronder ik, langs middelbare scholen door heel Nederland om met den vaderlandsche jeugd te praten over lezen en schrijven en De Literatuur. Vandaag, dag drie, bracht ik door in de provincie waaruit mijn Nederlandse voorouders komen, Groningen. Lang geleden gingen mijn neefje, mijn opa en oma en ik er jaarlijks een weekje op vakantie. Opa en oma spraken dan ineens in dialect en mijn neefje en ik droegen zelfgebreide truien van oma. De jongens en meisjes, mevrouwen en meneren van  Leon van Gelderschool maakten me trots op mijn Groningse wortels. Het was fijn om terug te zijn. Mijn boek lag al in de mediatheek, Wij Slaven van Suriname (uit 1934) komt erbij. Op verzoek van de leerlingen!
_DSF8663
(foto’s Eugenie Luterink)_DSF8664

Niet alleen is Iwan Brave een van mijn beste vrienden in Suriname, hij is de broer van de man naar wiens beste vriend ik werd vernoemd (Raoul) en schreef een van de slimste, grappigste, mooiste boeken die ik over Suriname las: ‘Terug in Suriname – enkele reis Paramaribo’. De dag voordat ik terugvloog naar Nederland, zette Iwan me in de Ware Tijd, de beste krant van Suriname, waarvan Iwan hoofdredacteur is.

De Ware Tijd, 17-08-2017: Deel 1

De Ware Tijd, 17-08-2017: Deel 2Mens_en_Maatschappij_Foto

In de week dat ik een brief schreef aan mijn 13-jarige zelf voor de achterpagina van NRC, vond ik toevallig ook mijn puberdagboek terug. Op de zolder van mijn opa. Voor de achterpagina van NRC las ik het terug, in vijf stukjes (waarvan we de derde niet online kunnen vinden, sorry):

Puberbrief #1 “Mijn eigen soapopera”
Puberbrief #2 “Kakker, gabber, skater of alto”
Puberbrief #4 “Mama is mijn beste vriend”
Puberbrief #5 “Een puber die volwassen wordt”

Er wordt even aan het boek getikt en niet gefacebookt en geblogd, in Paramaribo. Tot vlug!

RaoulParamaribo

JongeSchrijversGidsNu in de winkels: De Jonge Schrijversgids van Vrij Nederland. Met mij als cover girl, gefotografeerd door Stefan Vanfleteren.
“Meestal verstop ik De Boodschap tussen de regels, maar hij komt bijna altijd op hetzelfde neer, zoiets als dit: zie het wonder om je heen. De helft van wat ons dagelijks wordt verteld, is onzin, wees eigenwijs. Schaam je niet voor je menselijkheid. Neem geen genoegen met bitterheid en cynisme. De wereld is veel grappiger, veel liever, veel mooier dan we denken. Het kan wél. Het heeft zin om daarin te blijven geloven.”

Amadou

Hij lachte naar me vanaf een tafel met boeken naast de ingang van een boekwinkel in Marseille. Een donkere man met blauwe ogen. Hij leek op mij, zei mijn moeder.
Amadou Hampâte Bâ was ‘un des esprits les plus brillants de l’Afrique noire’ volgens de achterflap. Hij  werd in 1901 geboren in Mali, stierf in 1991 in Cote d’Ivoire. Hij schreef 12 boeken, Amkoullel, l’enfant peul dit gaat over zijn jeugd.
Het werd nooit vertaald in het Engels, dus lees ik het in het Frans. Het lezen gaat langzaam, maar ik neem het overal mee naar toe.  Dit zei Amadou gister voor het slapen gaan: “Sois à l’écoute, disait-on dans la vieille Afrique, tout parle, tout est parole, tout cherche à nous communiquer une conaissance…”
Dat lijkt veel op een van de zinnen die ik schreef in het laatste deel van De grootsheid van het Al: ‘Even weet ik het zeker, dat alles om ons heen praat en ademt en leeft.’
Dus probeerde ik te luisteren vandaag. En ik hoorde mooie dingen.

…het antwoord daarop lijkt me ‘nee.’ Als je kijkt naar wat de mensheid met de wereld heeft gedaan. En hoe vaker dat hardop gezegd wordt, hoe beter. Dus toen ik door het CBK gevraagd werd om een praatje te houden over beelden in de openbare ruimte, besloot ik een praatje te houden over Fikkie, het koperen hondje van Joekie Simak op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Ik wist dat er ergens in Nederland een beeld is van een hond die in de jaren 30 verschillende moordzaken heeft opgelost op zulke mysterieuze wijze dat er na zijn dood een biografie over zijn leven werd geschreven.  “Uit zijn belevenissen blijkt hoeveel geheime krachten er nog sluimeren in de dieren,” staat er in de inleiding. Ik dacht altijd dat deze hond Fikkie was. Maar de hond bleek Albert te heten. En zijn beeld staat in Amsterdam. Tegen de tijd dat ik dit ontdekte waren de uitnodigingen voor mijn praatje over Fikkie al verstuurd… Dit is wat er gebeurde:

 

deslimstemens

Wereld! Mondo! Cyberspace! Gelukkig nieuwjaar etc etc etc maar vooral: VANAVOND 2 januari: Licht! Camera! Glamour! Slimme Mensen! Ik. Glorie! Glorie! Glorie! Om 20.30 op onze nationale Nederlandse tv (schrijf ik allemaal vanuit een onverwarmde Italiaanse berghut tussen de bossen en Italiaanse plattelandsbewoners die precies het soort relativiteit bieden waar ik vandaag nou even niet op wacht) (om mijn goede vriend Mamou te quoten: “They’re so jealous!” -I wish)